De verdwijntruc van De Wever - een begrotingsthriller

De verdwijntruc van De Wever - een begrotingsthriller

De verdwijntruc van De Wever - een begrotingsthriller

De premier beloofde een kleinere overheid én lagere belastingen. De cijfers leken dat verhaal te bevestigen. Tot de rekening wordt gemaakt. Dan verschijnt een merkwaardige paradox: als het overheidsbeslag echt sterker daalt dan de fiscale druk, dan zou het tekort moeten verbeteren. De officiële cijfers vertellen een ander verhaal.

26 november 2025. Premier Bart De Wever staat recht, negen maanden onderweg met zijn regering, en spreekt in zijn ‘State of Union’ de zin uit waarop de hele oppositie al weken wacht:

"Na de begrotingsoefening dalen de overheidsuitgaven van dit land doorheen de legislatuur met meer dan 1 % van het bbp. […] de inkomsten van deze overheid [zullen] doorheen de legislatuur dalen met 0,5 % van het bbp." [1]

Twee cijfers. Eén belofte. Het klonk als een dubbele overwinning. Minder belastingen. Minder overheid. Maar er is een moment in elk begrotingsdebat waarop de politiek ophoudt politiek te zijn. Dat moment is wanneer de rekenmachine op tafel komt.

Als beide beweringen kloppen, dan moet het tekort dalen. Met exact het verschil tussen de twee: een halve procent van het bbp, zowat 3,5 miljard euro. Het begrotingssaldo is namelijk niets meer dan ontvangsten min uitgaven. Wiskunde laat zich niet ompraten door een applaus van de meerderheid. Er is alleen één ding vreemd. Het tekort daalt niet.

Kijk naar de cijfers die De Wever later zelf in de Kamer gebruikte. Voor Entiteit I (de federale overheid en de sociale zekerheid) zouden de ontvangsten tussen 2026 en 2029 dalen van 30,5 naar 29,9 procent van het bbp.[2] Dat is ongeveer 0,6 procentpunt. Tot zover leek zijn eerdere claim van 0,5 procentpunt redelijk. Maar dan volgen de uitgaven. De primaire uitgaven (zonder rentelasten) dalen van 32,6 naar 32,3 procent van het bbp.[2] Dat is slechts 0,3 procentpunt. Veel minder dan één procentpunt dus. En het zijn bovendien enkel primaire uitgaven. De rentelasten zitten er niet in en lopen snel op: in de begrotingsprojecties stijgen ze richting 2029 aanzienlijk.

Maar er is nog dat andere cijfer. Het overheidsbeslag zou zelfs met 1,7 procent van het bbp dalen. Dat klinkt spectaculair. De verklaring is minder spectaculair. De Wever vergelijkt een begrotingstekort bij ongewijzigd beleid met het tekort na de regeringsmaatregelen. In een latere Kamerinterventie stelde hij dat het tekort zonder maatregelen richting 6 procent van het bbp zou gaan, terwijl het met maatregelen op 4,3 procent uitkomt.[3]

De hele discussie kan worden teruggebracht tot één simpele rekensom. Als de fiscale druk daalt met 0,5 procentpunt bbp en het overheidsbeslag daalt met 1 procentpunt, dan moet het begrotingstekort 0,5 procentpunt kleiner worden. Quod non. Het begrotingstekort verslechtert of blijft gelijk in het beste geval.

Wie de cijfers van de Nationale Bank een jaar later naast de woorden van De Wever legt, ontdekt niet zomaar een tegenspraak, maar een omkering. Uitgaven, zo berekent de Bank, dalen tegen 2028 met ongeveer 0,7 procentpunt van het bbp. Maar de ontvangsten van de overheid dalen sneller: met 1,2 procentpunt.[4] De premier had het net omgekeerd voorgesteld! De uitgaven zouden méér dalen (1 %) dan ontvangsten (0,5 %), wat het tekort had moeten doen krimpen.

In de cijfers van de instelling die de Belgische economie het nauwkeurigst opvolgt, is het net andersom: de ontvangsten kalven sneller af dan de uitgaven. En als de ontvangsten sneller dalen dan de uitgaven, kan het tekort onmogelijk verbeteren — het kan alleen maar aandikken. Precies wat er gebeurt: van 4,4 % in 2024 naar een tekort dat, ondanks alle "besparingen", richting 5,6 à 5,7 % kruipt.[4]

Dus ofwel kloppen de cijfers van de overheidsuitgaven niet, ofwel kloppen de cijfers van de fiscale druk niet, ofwel zijn de cijfers van het begrotingstekort fout. Benieuwd met welk verhaaltje meneer De Wever straks weer op de proppen komt.

 

[1] Bart De Wever, Plenaire vergadering, Kamer, 28 november 2025.
[2] Algemene Toelichting bij de Begroting 2026, Plenaire vergadering Kamer, 28 januari 2026;
Bart De Wever, Plenaire vergadering, Kamer, 18 maart 2026.
[3] Ibidem.
[4] “Nationale Bank over economie en begrotingsprognoses", VRT NWS, 12 juni 2026.

Algemene Toelichting bij de Begroting 2026, tabel 31.