Kroniek van een aangekondigde dode mus
Kroniek van een aangekondigde dode mus
Er is niks zo vervelend als een wijsneus die je vertelt: “I told you so.” Ik ga dat dan ook niet doen.
Dit verhaal begint met de grote belofte van de regering: 1.000 euro meer netto voor wie werkt. Wellicht de meest succesvolle slagzin van de regering-De Wever. Het bedrag had alles wat een politieke belofte nodig heeft. Het was rond, tastbaar en groot genoeg om aantrekkelijk te zijn zonder meteen ongeloofwaardig te klinken. Bovendien paste het wonderwel bij het mantra dat ‘werken moet lonen’ en dat er ‘meer netto uit bruto’ moest komen.
Daar kon ik moeilijk tegen zijn. Integendeel. België belast arbeid al zo zwaar dat een verlaging van de personenbelasting niet alleen wenselijk, maar gewoon noodzakelijk is. Mijn probleem zat dan ook nooit bij het principe. Mijn probleem zit bij de kalender en fiscale haalbaarheid.
Want wie de begrotingstabellen bekeek, ontdekte iets merkwaardigs. De regering kondigde haar fiscale cadeau aan, maar schoof meteen een belangrijk deel van de kostprijs ervan door naar 2029 en 2030, naar een volgende regering dus. Voor het verschuiven van de rekening naar later bestaat een fraai Engels woord: back-loading.
Politiek heeft back-loading een onweerstaanbare charme. Men kan vandaag communiceren over wat men morgen zal geven, terwijl morgen voorlopig niets kost. Het probleem ontstaat pas wanneer morgen vandaag wordt en iemand ontdekt dat het geld dat men vier jaar geleden met veel enthousiasme heeft beloofd, nog altijd gevonden moet worden. En de Belgische overheid kennende…
En dan is er nog die andere politieke stelregel. Haal de buit aan het begin van de legislatuur, want op het einde wordt er niks meer gegund. De linkse partijen hebben hun meerwaardebelasting binnen. Zij hebben geen enkele incentive meer om een rechtse belastingverlaging goed te keuren.
De eerste waarschuwing
Op 19 juni 2025, tijdens het begrotingsdebat in de Kamer, lagen de cijfers al op tafel. Het begrotingstekort zou volgens de ramingen tegen 2029 oplopen tot 6,2 procent. Precies 2029 was ook het jaar waarin de lastenverlaging op arbeid echt voelbaar moest worden.
Ik waarschuwde toen de hardwerkende burgers: “Het tekort loopt op tot 6,2% in 2029, nog slechter dan indien Vivaldi was blijven aanmodderen. De mensen weten wat dat betekent, ze zijn niet onnozel. In 2029, wanneer het hun beurt zou zijn, wanneer de belasting op lonen zogezegd verlaagd zouden worden, zal er geen geld zijn.”¹ Dat was geen bijzonder originele voorspelling. Als de begrotingsputten en schuldenbergen aangroeien door gefaald budgettair beleid, dan komt een belastingverlaging al gauw in het vizier.
De tweede waarschuwing
Vijf maanden later, op 30 november 2025, was de fiscale hervorming nog altijd onderweg, maar andere maatregelen waren ondertussen geland. De zogenaamde centenindex en nieuwe of hogere belastingen begonnen hun effect al te doen voelen: btw op cultuur/ontspanning/sport/hotel, vliegtaks, brandstoftaks op benzine/diesel/mazout/aardgas, verzekeringstaks, bankentaks, KMO-taksen (VVPR-bis), ploegen- en nachtarbeidtaks, onderzoekerstaks, loonmatigingstaks (in de centenindex), meerwaardetaks, effectentaks, spaargeldtaks (RV: 30%), pakjestaks, alimentatiegeldtaks, alleenverdienerstaks, …
Ik schreef toen op deze website: “De aangekondigde lastenverlaging in 2029-2030 moet nog gerealiseerd worden, maar wordt nu al grotendeels opgesoupeerd door nieuwe of hogere belastingen en de indexsprong.”²
Dat woord — opgesoupeerd — lijkt mij achteraf nog altijd vrij adequaat. Want de merkwaardige eigenschap van deze belastingverlaging was stilaan dat ze geconsumeerd kon worden vóór ze bestond. De regering beloofde dat de burger later meer zou krijgen, maar nam ondertussen elders al een voorschot op dat toekomstige voordeel. Wie alleen naar de belastingverlaging keek, zag een cadeau. Wie naar de volledige rekening keek, zag vooral veel gebakken lucht.
De rekensom
Begin 2026 was het probleem nog moeilijker te verbergen. Op 12 januari maakte ik de balans op: tegenover 3,8 miljard euro aan belastingverlagingen stonden volgens de begrotingsbesprekingen 3,9 miljard euro aan belastingverhogingen.³ Dat is een merkwaardige definitie van een belastingverlaging. Men verlaagt de belastingen met 3,8 miljard en verhoogt ze met 3,9 miljard, waarna men vooral over die eerste 3,8 miljard communiceert. En sindsdien kleurt de rekening nog roder. (zie bijlage)
‘Ceci n’est pas une réforme fiscale’. Dit is pure politieke marketing. Of, om het academischer te formuleren: selectieve presentatie van de fiscale incidentie.
Op 9 maart 2026 legde ik deze fundamentele vraag opnieuw op tafel bij de bespreking van de hervorming van de personenbelasting in de Kamercommissie Financiën: kan men werkelijk blijven beweren dat iedereen die werkt netto meer overhoudt wanneer de verlaging van de personenbelasting door verhogingen van andere belastingen wordt geneutraliseerd? Dit is gewoon misleiding van de bevolking.⁴
Dat was uiteindelijk de essentie van mijn bezwaar. Niet: wordt er ergens een belasting verlaagd? Wel: houdt de burger onderaan de rekening werkelijk meer over?
De wet
Op 9 juli 2026 besprak de Kamer uiteindelijk het wetsontwerp tot hervorming van de personenbelasting. De regering en de cheerleaders in het parlement hadden constant gecommuniceerd over '1.000 euro meer netto', terwijl de concrete hervorming bij nader toezien voorzien was van een indrukwekkend assortiment voorwaarden, uitzonderingen, compensaties en uitgestelde effecten. De hervorming geldt bijvoorbeeld niet voor gepensioneerden en uitkeringstrekkers. Ook gehuwden met één inkomen vallen grotendeels uit de boot.
Bovendien zat het grootste probleem nog altijd waar het vanaf het begin had gezeten: bij de timing en de financiering. Tijdens het debat wees ik erop dat de hervorming in 2029 ongeveer 3 miljard euro kost en pas in 2030 richting 4 miljard gaat. Ik herinnerde daarbij aan de taxshift van de regering-Michel, die evenmin volledig gefinancierd was.⁵
En toen werd het werkelijk bijzonder. Nog vóór de Kamer de wet had goedgekeurd, klonken binnen de meerderheid al stemmen dat de aangekondigde belastingverlaging misschien niet volledig zou kunnen worden uitgevoerd. Omdat er geen geld zou zijn. Dat moment verdient enige aandacht.
Een regering legt een belastingverlaging voor aan het parlement. Ze vraagt applaus voor het cadeau. Maar nog vóór het cadeau officieel is overhandigd, wordt erbij verteld dat men het later misschien weer moet komen ophalen. Ik formuleerde het toen zo:
“Nog vóór deze Kamer de wet heeft goedgekeurd, horen we al stemmen binnen de meerderheid dat deze belastingverlaging misschien niet volledig wordt uitgevoerd. Omdat er geen geld is. Wat staan wij hier dan te doen? Waar is deze regering mee bezig? Wat is dat hier voor een circus in dit huis? Een minister van Financiën die applaus vraagt voor geld dat hij misschien nooit zal uitdelen. Ik heb nog nooit iemand een cadeau zien overhandigen met de woorden: “Als alles meezit, mag u het volgend jaar misschien houden.” Dat is geen belastinghervorming. Dat is een fiscale intentieverklaring. En de belastingbetaler mag hopen dat ze ooit wordt uitgeoefend. Dit lijkt een belastingverlaging waarvan de houdbaarheidsdatum al verstreken is, nog voor de wet is gestemd. Ik heb daar reeds herhaaldelijk voor gewaarschuwd. Dit is een cheque zonder dekking.” ⁶
Veel ingewikkelder hoeft fiscale analyse soms niet te zijn. Want stel u voor: u bent jarig. Uw peter overhandigt u plechtig een enveloppe met 1.000 euro. De familie applaudisseert. Er worden foto's gemaakt. Uw peter houdt een korte toespraak over koopkracht en financiële verantwoordelijkheid. Wanneer u de enveloppe wilt openen, legt hij evenwel zijn hand op uw arm. Eén klein detail. Het geld komt pas later. En alleen als zijn eigen financiën het toelaten. En mogelijk niet volledig. En ondertussen zal hij af en toe nog iets van u nodig hebben. Maar voor de familiefoto houdt u de enveloppe best goed zichtbaar omhoog. Proficiat met uw cadeau.
Dat is ook het probleem met deze hervorming. Ik vergeleek het in juli met een reclamefolder. In grote letters: 1.000 EURO MEER NETTO. En daaronder, in piepkleine lettertjes: zolang de begroting het toelaat; voor zover andere belastingen het voordeel niet opnieuw afromen; afhankelijk van uw persoonlijke situatie; en, niet geheel onbelangrijk, afhankelijk van de vraag of toekomstige regeringen de laatste en duurste fases effectief uitvoeren.
Daar bovenop komt nog dat gescheiden belastingplichtigen, alleenverdieners, gepensioneerden en andere categorieën door andere onderdelen van het fiscale beleid een groot deel van het aangekondigde voordeel verliezen. Het zijn vooral de lage lonen die profiteren van de lastenverlaging. Daar is uiteraard niks mis mee. Het is een goede zaak. Maar wie harder werkt en promotie maakt, botst op een steeds grotere promotieval en houdt netto relatief minder over. Het wordt steeds moeilijker om vooruit te geraken in het leven. Harder werken loont dus minder door deze fiscale hervorming. En dat is nefast voor de economische groei. De regering De Wever, bij monde van minister van Financiën, zei dat dit een bewuste politieke keuze en compromis was...
Conclusie
Misschien komt het nog goed. Misschien vindt een toekomstige begrotingscontrole enkele miljarden tussen de kussens van de Wetstraat. Misschien groeit de economie sneller dan verwacht. Misschien worden elders voldoende uitgaven geschrapt. Misschien wordt de volledige hervorming uiteindelijk uitgevoerd en krijgt de werkende belastingplichtige precies wat hem werd beloofd.
Ik hoop het. Werk moet immers lonen. Belastingen op arbeid moeten naar beneden. En als de volledige beloofde lastenverlaging uiteindelijk netjes wordt uitgevoerd, zal ik de eerste zijn om dat toe te juichen. Maar tot die tijd blijft er iets lichtjes ongemakkelijks aan een cadeau waarvan de schenker, nog vóór je het papier hebt verwijderd, al vraagt of je er rekening mee wilt houden dat hij het misschien terug nodig heeft. Daarenboven vraagt hij jou om het cadeau zelf te betalen.
De fiscale verantwoordelijkheidszin die nodig is om deze lastenverlaging te doen lukken, ontbreekt in België. Zonder regionale fiscale autonomie staat er onvoldoende druk op de ketel (1) om de tering naar de nering te zetten en (2) om een activerend economisch en industrieel beleid met een moderne fiscaliteit te voeren. Bart De Wever lijkt dat te beseffen, maar handelt er spijtig genoeg niet naar.
Voetnoten
1. Kamer van Volksvertegenwoordigers, plenaire vergadering, 19 juni 2025, Integraal Verslag 56/ip052x. Vereeck: “In 2029, wanneer het hun beurt zou zijn, wanneer de belasting op lonen zogezegd verlaagd zouden worden, zal er geen geld zijn.” De waarschuwing werd expliciet gekoppeld aan de verslechterende begrotingsvooruitzichten.
2. Lodevereeck.be, 'Centenindex verhoogt fiscale druk op arbeid', 30 november 2025. “De aangekondigde lastenverlaging in 2029-2030 moet nog gerealiseerd worden, maar wordt nu al grotendeels opgesoupeerd door nieuwe of hogere belastingen en de indexsprong…”
3. Lodevereeck.be, 'De losse eindjes van de meerwaardebelasting', 12 januari 2026. Vereeck becijferde op basis van de begrotingsbesprekingen 3,8 miljard euro belastingverlagingen tegenover 3,9 miljard euro belastingverhogingen en concludeerde dat de belastingdruk tijdens de legislatuur licht toenam.
4. Kamercommissie, 9 maart 2026, document 56/1280/012. Volgens het beschikbare commissieverslag stelde Vereeck de voorstelling dat de fiscale hervorming iedereen die werkt netto meer oplevert ter discussie en vroeg hij of de minister erkende dat de verlaging van de personenbelasting door verhogingen van andere belastingen werd geneutraliseerd.
5. Kamer van Volksvertegenwoordigers, plenaire vergadering, 9 juli 2026, Integraal Verslag 56/ip135x, bespreking van het wetsontwerp tot hervorming van de personenbelasting. Vereeck wees erop dat de hervorming in 2029 ongeveer 3 miljard euro en in 2030 4 miljard euro vertegenwoordigt en trok de vergelijking met de niet-gefinancierde taxshift van de Zweedse regering.
6. Bij de plenaire bespreking van de hervorming van de personenbelasting, 9 juli 2026, zei Vereeck: “Een minister van Financiën die applaus vraagt voor geld dat hij misschien nooit zal uitdelen. Ik heb nog nooit iemand een cadeau zien overhandigen met de woorden: ‘Als alles meezit, mag u het volgend jaar misschien houden.’” Verder noemt Vereeck de hervorming een “fiscale intentieverklaring” en een “cheque zonder dekking”. Deze citaten komen uit het videoverslag, niet uit het Integraal Verslag.
7. In het geverifieerde Integraal Verslag van 9 juli 2026 bekritiseerde Vereeck onder meer de grotere promotieval: “Het loont dus almaar minder om promotie te maken en vooruit te gaan in het leven.” Hij maakte daarbij expliciet de koppeling met ‘werken moet lonen’.
