Loonaandeel en inkomensverdeling
Inleiding
De Nationale Bank van België (NBB) publiceerde in september 2025 een rapport over de evolutie van het loonaandeel in België en dus over de verdeling van de welvaart tussen arbeid en kapitaal.1 De communistische partij van België (PVDA) borduurde verder op de studie en belandde daarmee een half jaar later op de voorpagina van een krant.2 In de Wetstraatbubbel van politici en journalisten is het al enkele dagen een ‘hot topic’.
De communisten grijpen de studie aan om een stijgende ongelijkheid in de Belgische samenleving aan te klagen. Maar is dat ook zo? En vormt die ongelijkheid een bedreiging voor onze toekomst en welvaart? Moeten er nieuwe economische spelregels komen?
Spelregels van een economie
Een economisch systeem omvat de spelregels voor de productie, distributie en consumptie van goederen en diensten. Die spelregels zijn geen natuurwetten, maar afspraken. Zo kan een economie gebaseerd zijn op ruilhandel, centrale planning of vrije marktwerking.
De vrije markteconomie is veruit het meest succesvolle economische systeem dat wereldwijd zorgt voor grote welvaart. Producenten en consumenten zijn er vrij te produceren en te consumeren wat ze willen.
Maar ook een vrije markteconomie heeft nood aan formele en informele spelregels zoals eigendomsrechten, contracten, aansprakelijkheid of verbod op verkoop met verlies. Ook zakelijke ethiek is een voorwaarde, want als elke transactie tot een conflict leidt, vallen productie en handel algauw stil. Kortom, zonder duidelijke regels is een attractief, productief spel onmogelijk.
Gelijke verdeling als spelregel
Een vrije markteconomie werkt het best, indien de productiemiddelen verdeeld zijn over heel veel producenten. Enkel zo kan de concurrentie spelen. Geen enkele speler mag zo groot zijn of worden dat hij de prijzen naar zijn hand kan zetten.
Iedereen moet ook eigendom kunnen verwerven. De verwerving van eigen bezit vormt immers de grootste prikkel om elke dag hard te werken. Eigendom mag dus niet geconcentreerd zitten in enkele handen, maar moet zo wijd mogelijk verspreid zijn. Net zoals bij het bordspel Monopoly, loopt de economie vast en is het spel ten einde als alle eigendom in één hand zit. Kortom, een vrije markteconomie floreert bij een redelijke verdeling van inkomen en vermogen, die vooral gebaseerd is op eigen inzet.
Belangrijker dan het marktaandeel is de manier waarop het monopolie tot stand is gekomen. Is het monopolie het resultaat van innovatie waardoor de producent de eerste en dus enige op de markt is, of van onproductief lobbywerk en kunstmatige marktdrempels? Dat geldt ook voor (on)gelijkheid. Is de ongelijke verdeling van het nationaal inkomen de uitkomst van harder werken en risico nemen of van criminele activiteiten en fiscale fraude?
Dalend loonaandeel
Uit het rapport van de NBB blijkt dat het loonaandeel in de bruto toegevoegde waarde in België gedaald is van 57,7% in 2013 naar 54,3% in 2023. In absolute cijfers daalde het loonaandeel met 15,8 miljard euro. Daarmee zit België nog steeds boven het gemiddelde in de eurozone (53,9%) en boven Nederland (52,1%).
De daling van het loonaandeel is het gevolg van economische ontwikkelingen en beleidsmatige keuzes. Drijvende factoren zijn:
- de snelle groei van de arbeidsproductiviteit (sneller dan de reële lonen) door automatisering en de inzet van meer machines en robots (die fysieke arbeid minder zwaar maken, maar meer kapitaal vergen),
-de groeiende rol van grote, kapitaalintensieve (en dus minder arbeidsintensieve) ondernemingen, zoals de farmaceutische industrie,
- de verschuiving binnen de economie van de maakindustrie (met een gemiddeld loonaandeel van 57,8%) naar de dienstensector (gemiddeld 40,5%),
- de verlaging van de werkgeversbijdragen voor de sociale zekerheid,
- de algemene loonmatiging door de concurrentiekrachtwet van 1996 (loonnormwet) en door verscheidene indexsprongen.
Loonaandeel en ongelijkheid
Een dalend loonaandeel wordt door de PVDA geassocieerd met meer ongelijkheid. Maar klopt die stelling? In België is daar alvast geen bewijs voor. Integendeel, de ongelijkheid in ons land is de afgelopen 20 jaar verder gedaald en kleiner dan in de rest van de eurozone, mede dankzij de dalende werkloosheid en de progressieve belastingdruk. Met een gini-coëfficiënt (die de inkomensongelijkheid) van 0,246 kent België een relatief gelijke inkomensverdeling (zie tabel 1).
Het onderscheid tussen arbeid en kapitaal is ook grotendeels artificieel. Veel werknemers zijn immers ook aandeelhouders, rechtstreeks of via hun pensioenfondsen waarin ze een aanvullend pensioen opbouwen of aan pensioensparen doen. Die inkomsten vallen echter onder de categorie ‘kapitaal’. Door de ‘vervennootschappelijking’ wordt loon ook vaak uitbetaald via dividend dat in de statistieken eveneens onder ‘kapitaal’ valt.
Fiscale ongelijkheid
In België is niet zozeer de verdeling van inkomen ongelijk, maar wel de verdeling van belastingen. Arbeid wordt nergens ter wereld zwaarder belast dan in België, zoals blijkt uit de jaarlijkse publicaties van de OESO.3 De hoogste twee decielen (20% hoogste inkomens vanaf 4.734 euro bruto per maand) betalen 65,5% van de inkomensbelasting (zie tabel 2). Aangezien vooral inkomen uit arbeid wordt belast, kan een lager loonaandeel inderdaad leiden tot lagere fiscale ontvangsten.
Dat de belastingen op arbeid (te) hoog zijn, betekent niet dat andere belastingen te laag zijn. Een verschuiving van de belastingen kan enkel kaderen in een structurele fiscale hervorming, waarbij het overheidsbeslag en de belastingdruk worden verlaagd. Zoniet leidt een tax shift tot een tax lift. Nieuwe belastingen zorgen voor nieuwe inkomsten die meestal niet gebruikt worden om andere belastingen te verlagen, maar om het gat in de begroting te dichten, zoals recent bij de invoering van de meerwaardebelasting.
Conclusie
Het dalend loonaandeel leidt niet tot meer ongelijkheid, maar wel tot minder ontvangsten voor de schatkist.
Tabellen

Bronnen
1. Raïsa Basselier and Jana Jonckheere (2025), “Level and development of the wage share in Belgium”, NBB Economic Review, 2025/7, 21 p.
2. Ruben Mooijman (2026), “In tien jaar verschoof 16 miljard euro van arbeid naar kapitaal”, De Standaard, 4 februari 2026, p. 1.
3. OECD (2025), Taxing Wages 2025: Decomposition of Personal Income Taxes and the Role of Tax Reliefs, Paris: OECD Publishing, 671 p.