De zaak Vereeck

De zaak Vereeck

Kort verhaal

Lode Vereeck maakte zich niet schuldig aan grensoverschrijdend gedrag. Dat bevestigen alle 15 studentes en collega’s van de Universiteit Hasselt die door het Openbaar Ministerie (het Parket) werden ondervraagd, alsook de studentenvertegenwoordigers in de Raad van Bestuur die het volledige dossier konden inkijken. Eén studente meent van wel, maar zij wordt door haar medestudentes als ongeloofwaardig bestempeld. Het Parket seponeerde de zaak wegens het ontbreken van enig bewijs. De rector leed hierdoor zwaar gezichtsverlies en zwoer wraak. Vereeck kreeg nooit een eerlijk tuchtproces door de publieke aanvallen van de rector en door onregelmatigheden in de procedure. Voor de studentenvertegenwoordigers is het duidelijk: Vereeck kan onmiddellijk weer aan de slag als hoogleraar. De Raad van State is van mening dat de universiteit geen fouten in de procedure heeft gemaakt, maar stelt ook vast dat er geen vertrouwensbreuk is met de studenten. Integendeel. En zijn zij niet waarover deze zaak zou moeten gaan? #NotMeToo

Lang verhaal

Lode Vereeck werd eind november 2019 door de Universiteit Hasselt (universiteit) ontslagen wegens vermeend grensoverschrijdend gedrag. De beslissing van de universiteit is een juridische blunder (met enorme menselijke en professionele gevolgen) om de volgende 10 redenen.

1.  Het Openbaar Ministerie (het Parket) heeft de zaak Vereeck geseponeerd, omdat het geen bewijs vond van strafrechtelijke feiten. Volgens het Parket waren ook de berichten, die Vereeck via sociale media had verstuurd, duidelijk “van niet-seksuele aard” en niet grensoverschrijdend.

2.  Het Parket nam de zaak - in volle #metoo tijden - uiteraard heel ernstig. De seponeringsbeslissing werd pas genomen na een diepgaand onderzoek van een half jaar, waarin vele getuigen werden ondervraagd. De seponering was dus geen opportuniteitsbeslissing (bv. wegens te weinig tijd of personeel). Toch beweert de universiteit het tegenovergestelde, wat een flagrante leugen is.

3.  De universiteit legde de seponeringsbeslissing gewoon naast zich neer. Zij stelt dat feiten die geen strafrechtelijke feiten zijn, wel tuchtfeiten kunnen zijn. Dat is inderdaad mogelijk. Maar het probleem is dat de universiteit de niet-bewezen feiten als strafrechtelijke feiten blijft kwalificeren, hoewel het Parket met al haar onderzoeksmiddelen hiervoor geen enkel bewijs vond.

Daarmee wordt een hoeksteen van ons gerechtssysteem onderuit gehaald: een persoon is namelijk onschuldig tot zijn schuld bewezen is. Er dreigt hiermee een precedent te ontstaan dat de deur openzet naar tuchtrechtelijke willekeur: elke werknemer kan voortaan sancties oplopen voor strafrechtelijke feiten die hij niet gepleegd heeft of waarvan na onderzoek geen bewijs voorligt, omdat een tuchtorgaan gelooft dat hij ze wel heeft begaan. De Middeleeuwse heksenprocessen lijken weer terug.

4.  Er is nooit een klacht tegen Vereeck ingediend, niet bij het Parket, noch bij de universiteit. Dat is nochtans een voorwaarde om een tuchtproces op te starten. Het is ook duidelijk waarom. Uit alle ondervragingen en verklaringen blijkt dat Vereeck zich niet schuldig maakte aan grensoverschrijdend gedrag, maar integendeel duidelijke grenzen stelde. Al deze verklaringen worden systematisch doodgezwegen door de universiteit. Wat staat er in de originele verklaringen, wat niet geweten mocht worden door de Raad van Bestuur van de universiteit (en door de Raad van State)?

#1 (of X) was een oud-collega met een tijdelijke en beperkte lesopdracht aan de universiteit en een voltijdse baan daarbuiten, die ook vrijwillig doctoraatsonderzoek verrichte.

Vereeck en #1 werkten al jaren uitstekend samen, voordat #1 als bijverdienste aan de slag ging op de universiteit. Aan die eerdere samenwerking kwam een einde. Dat bracht zeker spanningen teweeg, maar de samenwerking op de universiteit werd verdergezet. Bij de werkgever van #1, die haar had gedetacheerd, werd gevraagd of zij de beperkte lesopdracht kon verderzetten; en een collega nam de begeleiding van het vrijwillig onderzoek over, toen Vereeck voor langere tijd uitviel wegens ziekte.

Een half jaar na haar vertrek - via een verkorte ontslagprocedure met wederzijdse toestemming - verklaarde zij “nooit bedreigd” of “nooit onder druk gezet” te zijn geweest door Vereeck. De universiteit denkt het beter te weten en vindt van wel. De universiteit weigert ook te geloven, ondanks het materiële bewijs, dat #1 al veel langer op zoek was naar een nieuwe baan. Een sterk staaltje van paternalistische mansplaining.

#2 is een oud-studente die - na de heisa in de media - schriftelijk meldde dat Vereeck een erg informele stijl had, maar “nooit te ver” ging.

#3 is een studente die Vereeck omschrijft als “vlot, grappig, boeiend, geanimeerd” en “informeel”. Zij maakt geen melding van grensoverschrijdend gedrag.

#4 is een studente die verklaart dat Vereeck in het eerste college aan studenten vertelde dat zij hem ook via zijn website, Facebook of Twitter konden “volgen”, niet “bevrienden”. De universiteit lijkt dat verschil niet te kennen of niet te willen snappen.

#5 is een studente die verwijst naar enkele geruchten, maar verklaart dat zij zelf “geen negatieve ervaring met Vereeck” heeft gehad.

#4 en #5 waren verrast, toen zij bij naam werden aangesproken in de aula. Het is een trucje om in een grotere lesruimte orde en gezag te handhaven en het wordt evenzeer toegepast op mannelijke studenten. Het is Vereeck als student in zijn eerste kandidaatsjaar ook overkomen. En het werkt.

#6 is een studente die spreekt van een “heksenjacht” tegen Vereeck. Over de berichten via sociale media verklaart zij: “Deze berichtjes waren soms wel informeel, doch volgens mij steeds correct. Ik was overigens niet geslaagd voor mijn examen voor het vak van Lode Vereeck. Hij is er steeds in de positieve zin voor mij geweest. Ik kon met hem praten alsof het een vader was. Zo kan ik hem omschrijven, als een soort vaderfiguur voor mij. […] Er is heel duidelijk steeds een grens geweest tussen Vereeck en mij.”

#7 is een studente die na een gastlezing in persoonlijk contact kwam met Vereeck, die daarna nog enkele keren informeerde naar haar gezondheidstoestand (die plots verslechterd was). Zij omschrijft Vereeck als “een open, spontane en enthousiaste lesgever” die neutraal is en dezelfde openheid en spontaneïteit aan de dag legt naar mannelijke studenten.

#8 is een studente die bevestigt dat de communicatie via sociale media enkel studie-gerelateerd was.

#9 is een studente die bevestigt dat zij verschillende malen op kantoor van Vereeck is geweest, maar zich “nooit ongemakkelijk” voelde en dat de  “gesprekken steeds professioneel” waren.

#10 is een studente die Vereeck omschrijft als “heel open, interactief en grappig”. Zij vertelt aan het Parket dat zij zich een keertje aangestaard voelde tijdens een bespreking in het kantoor van Vereeck, weliswaar in bijzijn van twee medestudenten (die nota’s namen) en een assistente-copromotor. Oogcontact tijdens een gesprek is slechts een vorm van beleefdheid en een manier om de aandacht vast te houden.

#11 is een studente die Vereeck beschrijft als de “beste docent van UHasselt”, die “leeft voor zijn vak […] boeiend, bereidwillig, gepassioneerd”. Zij stelt dat Vereeck informeler is dan andere profs en dat hij “studenten aanspoort om zich ernstig met hun studies bezig te houden”. Zij bevestigt dat de communicatie via sociale media van algemene aard was. Als Vereeck soms een persoonlijke vraag stelde, dan was dit om studenten te doen nadenken over hun toekomstige rol in de maatschappij.

#12 is een collega die Vereeck op de hoogte bracht van de roddels over zijn persoon op de universiteit, vooral tijdens diens ziekteverlof. Zij bevestigt dat de berichten van Vereeck via sociale media duidelijk “niet seksueel” waren. Zij stelt dat Vereeck begreep dat hij ook al eens fouten maakte, maar dat Vereeck zich dan uitdrukkelijk en onmiddellijk excuseerde.

Vereeck heeft ook enkele studenten aangesproken over de potentiële schade van zulke roddels. Een student heeft telefonisch en later ook per mail de schuld van de meest grove roddels op zich genomen, toegegeven dat er geen enkele grond was, en zich uitgebreid verontschuldigd. Daarmee was voor Vereeck de kous af en alles vergeven en vergeten. Iedereen maakt fouten.

Voor de volledigheid: een leidinggevende collega van Vereeck legde ook een verklaring af, waarin hij aan de kaak stelde dat hij had gehoord dat Vereeck - op weg naar zijn kantoor - een zonnebril zou hebben gedragen.

5.  #13 en #14 zijn de verkozen studentenvertegenwoordigers in de Raad van Bestuur van de universiteit. Zij hebben het volledige strafrechtelijke en tuchtrechtelijke dossier (met alle berichten) kunnen inkijken en zelf studenten kunnen bevragen, aangezien de rector in een mail aan alle studenten de opstart van het tuchtonderzoek bekend had gemaakt. In de mail nodigde de rector studenten ook uit om mogelijke grensoverschrijdende handelingen bij hem te melden. Er kwam geen enkele melding binnen.

De studentenvertegenwoordigers verklaarden, zowel mondeling als schriftelijk: “Wij hebben het volledige dossier doorgenomen en besproken, rekening houdend met zowel de vertrouwelijkheid van documenten van de Raad van Bestuur, alsook de gepaste discretie omtrent persoonlijke dossiers.” “Wij kunnen ons niet vinden in het advies waar prof. dr. Lode Vereeck zijn gedrag wordt omschreven als tuchtrechtelijk verboden gedrag.” “Wij zien dus geen fout of tekortkoming in de uitgevoerde opdracht van meneer Vereeck”. Er is dus geen sprake van “een opzettelijke of zware fout of ernstige tekortkomingen in de uitoefening van de opdracht die ernstige schade kan berokkenen aan de instelling of aan een lid van de universitaire gemeenschap”.

En verder: “Uit bijna alle verhoren met studenten blijkt dat meneer Vereeck uitmuntend lesgeeft. Ook is er geen sprake van het beïnvloeden van resultaten, doordat examens niet worden verbeterd door meneer Vereeck, noch worden opgesteld, noch worden de punten doorgegeven.” Deze taak werd namelijk door de senior-assistenten uitgevoerd.

Met betrekking tot het ontslag van #1, wat had kunnen wijzen op “problemen in het professioneel werkveld en de werking van de onderzoeksgroep”, stellen de studentvertegenwoordigers dat “dit echter niet blijkt uit de verklaring van #1, noch uit die van meneer Vereeck. […] beiden hebben in onderling overleg besloten de professionele relatie te beëindigen. Dit lijkt ons juist een poging van Vereeck om zijn opdracht op de universiteit zo goed mogelijk te willen uitoefenen.”

De studentenvertegenwoordigers bevestigen ten slotte: “Wanneer een studente heeft gemeld dat ze niet gediend was met de communicatie, heeft meneer Vereeck zich onmiddellijk geëxcuseerd.”

De universiteit wilde deze verklaring lange tijd niet vrijgeven, omdat ze niet in haar kraam paste. In haar beslissing vermeldt de universiteit wel het bestaan van de verklaring, maar gaat ze niet in op de inhoud. De vraag is wie het beste ongepast gedrag kan inschatten, de studenten zelf of de professoren in hun ivoren toren?

6.  De beslissing van de universiteit blijkt finaal gestoeld op twee ongeloofwaardige meldingen.

#15 is een Erasmusstudente die - in tegenstelling tot haar landgenoten – niet geslaagd was voor een cursus van Vereeck. Zij is van mening dat Vereeck haar viseerde nadat hij haar klassikaal berispt had voor het kauwen van kauwgom met open mond. Dat laatste klopt, het eerste niet. Zij maakt verder geen melding van grensoverschrijdend gedrag. Vereeck bracht ook geen bezoeken aan studentes op studentenkamers, zoals de universiteit beweert. Wel is het zo dat hij enkele keren een (buitenlands) familielid is gaan ophalen dat in hetzelfde universitaire studentenhuis verbleef als #15.

Kort daarop ontving de universiteit een schrijven van een persoon, die door de rechtbanken werd veroordeeld wegens valsheid in geschrifte en wegens laster en eerroof. Hij maakt melding van een anonieme getuige, die zich later zou bekend maken als #16 (of Y).

#16 (of Y) is ook een oud-studente die Vereeck beschuldigt van strafrechtelijke feiten. Uit alle beschikbare bewijzen en uit alle getuigenissen van haar medestudenten blijkt dat deze meldster ongeloofwaardig is, al beweert de universiteit van niet (zonder #16 te kennen of ooit te hebben gesproken).

Zo verklaren de studentenvertegenwoordigers (#13 en #14) in de Raad van Bestuur: “Wij tillen natuurlijk zeer zwaar aan dergelijke beschuldigingen. […] Alsook trekken wij de beschrijvingen van #16 in twijfel omwille van haar tegenstrijdige communicatie via Whatsapp. Ook is er uiteindelijk niemand van de ombudsdienst die een verklaring heeft afgelegd, noch bij de politie, noch bij de universiteit. Studenten die door #12 zijn doorverwezen hebben dus geen enkele vorm van ongepast gedrag of aanrandingen gemeld.”

De getuigen #3 tot #11 zijn allemaal studentes die door #16 waren voorgesteld aan het Parket, omdat die volgens haar zouden zijn “benaderd door Vereeck”. De universiteit waagt het zelfs te spreken van een “systematiek”. Alle getuigen spreken de beschuldigingen van #16 en de universiteit echter fors tegen (zie hierboven).

Haar medestudentes #3, #4 en #8 uiten tijdens hun ondervraging uitdrukkelijk hun twijfels over de geloofwaardigheid van #16. Het is evident waarom de universiteit deze getuigenissen à décharge verzwijgt; ze passen niet in haar kraam.

Studente #16 had in 2016 zelf contact gezocht met Vereeck en liet in meerdere berichten weten zijn steun en aanmoedigingen erg op prijs te stellen. Na een bezoek aan de dochter van de briefschrijver op 21 november 2016 stuurt zij: “Maar goed dat ik u nog heb.” Vereeck steunde haar met plezier, maar maakte van in het begin duidelijk dat er ook grenzen waren. Nadat #16 was afgestudeerd aan de universiteit, is zij contact blijven houden met Vereeck. Toen de zaak Vereeck op 8 oktober 2018 in de media aan het rollen ging, stuurde zij een bericht om hem te steunen: “Kopje omhoog, he!”

De verklaringen van #16 sporen dus niet met haar eerdere en latere gedrag, noch met de verklaringen van de studentenvertegenwoordigers in de Raad van Bestuur, haar medestudentes of de collega’s van Vereeck, noch met de uiteindelijke bevindingen van het Parket dat de zaak Vereeck dan ook seponeerde, omdat het geen bewijs vond voor de beschuldigingen van #16. Vereeck heeft ook steeds zijn onschuld uitgeschreeuwd.

#17 (of Z), ten slotte, is een oud-studente, die goed bevriend is geraakt met Vereeck en nooit enige melding heeft gemaakt. Het is waarschijnlijk dat #17 niet eens weet dat haar berichten (die werden uitgelezen uit de smartphone van Vereeck) in het dossier zitten. De universiteit maakt hierover echter groot misbaar, maar heeft er eigenlijk geen zaken mee, omdat #17 op geen enkele wijze nog verbonden is aan de universiteit.

De studentenvertegenwoordigers zijn dan ook glashelder van oordeel dat de vriendschappelijke “relatie met #17, die op dat moment geen student meer is van de universiteit, is een privézaak tussen meneer Vereeck en #17.” Dat de universiteit haar met naam en toenaam noemt in het dossier voor de Raad van Bestuur, is een flagrante inbreuk op haar privacy.

7.  Vereeck heeft nooit een kans op een eerlijk en onpartijdig tuchtproces gekregen. Zijn schuld stond al op voorhand vast, zoals blijkt uit de verklaringen van de hoogste autoriteit van de Universiteit Hasselt, rector Luc De Schepper. Hij is een machtig man, omdat de Limburgse rector als enige rector in Vlaanderen vier termijnen van vier jaar, dus 16 jaar, aan de macht kan blijven. Veel tegenspraak duldt hij niet.

Op 8 oktober 2018, voor de start van het strafrechtelijk onderzoek en lang voor de start van het tuchtonderzoek, verklaarde de rector op TVLimburg: “Wij tillen heel ernstig aan zaken van grensoverschrijdend gedrag binnen de universiteit en hebben geoordeeld dat dit dossier voldoende ernstig was om het over te maken aan het Parket”.

Op 6 maart 2019, de dag van de seponeringsbeslissing en voor de start van de tuchtprocedure, verklaarde diezelfde rector op TV Limburg: “Het zijn zeker gedragingen en contacten tussen studenten en professor Vereeck die absoluut niet passen in de relatie student - professor”.

De rector toont hiermee dat hij het dossier niet kent (zie de verklaringen #1-14 hierboven). Bovendien schendt hij zijn discretieplicht. De rector, die door de seponeringsbeslissing zwaar gezichtsverlies had geleden en wraak had gezworen, heeft door zijn publieke verklaringen duidelijk invloed uitgeoefend op de beslissing van de tuchtorganen. Daardoor was het kalf al verdronken. De tuchtprocedure was een verplicht nummertje, waarvan de uitkomst op voorhand vaststond. De tucht- en beroepscommissie worden immers geleid door vertrouwelingen van de rector, namelijk de vicerectoren die door hem persoonlijk zijn uitgekozen en aangesteld.

De universiteit beseft haar fout en stelt flauwtjes dat de communicatie van de rector “niet de intentie om beschadigend te zijn” had, waarmee ze toegeeft dat het uiteindelijke effect wel beschadigend was, om niet te zeggen catastrofaal.

8.  Vereeck heeft een blanco straf- en tuchtblad en “grote verdiensten” voor de universiteit, zoals de universiteit zelf benadrukt in haar bevorderingsbeslissing van januari 2018 en herhaalt in haar ontslagbeslissing. In een normale rechtsgang wordt daarmee rekening gehouden. Maar de universiteit vindt dit geen valabel argument.

9.  De universiteit nam de zwaarst mogelijke sanctie: ontslag. De universiteit geeft daarvoor als hoofdreden “de onherstelbare vertrouwensbreuk” met de studenten. Uit de verklaringen van de studentes en de studentenvertegenwoordigers blijkt dat dit klinkklare nonsens is (zie hierboven). De studentenvertegenwoordigers in de Raad van Bestuur stellen dat Vereeck onmiddellijk weer aan de slag kan, mits duidelijke afspraken over het gebruik van sociale media.

Naast het ontslag is er ook de reputatieschade die is ontstaan door de communicatie van de rector. Zoals gezegd, had deze communicatie volgens de universiteit “niet de intentie om beschadigend te zijn”. Werkelijk? Zelfs de studentenvertegenwoordigers in de Raad van Bestuur weten beter: “Door het gekende lek aan de media, alsook reacties in de pers door het rectoraat terwijl het onderzoek nog bezig was, heeft meneer Vereeck reputatieschade opgelopen.” De politieke partij van Vereeck durfde zelfs de nationale verkiezingsstrijd van mei 2019 - dus na de seponering en voor het ontslag - niet ingaan met Vereeck omwille van de uithalen van de rector.

10.  Ten slotte zijn er nog vele juridische en politieke kanttekeningen te plaatsen bij de gang van zaken, zoals:

- de partijdigheid van de vice-rectoren,
- de partijdigheid van de beroepscommissie (die dezelfde advocaat had als de tuchtcommissie),
- het ontbreken van klachten,
- de juridische verjaring van de berichten,
- de ongeoorloofde aanwezigheid van twee betrokken partijen (m.n. de rector en de leidinggevende) bij de beraadslaging in de Raad van Bestuur (waar enkel de tuchtcommissie het woord kreeg, niet Vereeck of zijn advocaten),
- de inbreuk op de academische vrijheid door een verbod op onderzoek naar verkeersveiligheid (onder politieke druk door de rector opgelegd aan Vereeck),
- het perslek enkele dagen voor de gemeenteraadsverkiezingen (waaraan Vereeck deelnam),
- de familiebanden tussen de rector en een minister (die door Vereeck zwaar op de korrel was genomen).

11. Als klap op de vuurpijl is er het bizarre arrest van de Raad van State, dat door de Raad gelekt werd naar de pers of de universiteit. Beschamend. Vereeck en zijn advocaat hadden het arrest zelfs nog niet ontvangen, toen de pers hen om een reactie vroeg. Het wijst allemaal op de frivole vooringenomenheid van de universitaire autoriteiten en de Raad van State.

Het arrest is inderdaad bizar. Aan de ene kant is de Raad van State van mening dat de universiteit geen procedurele fouten zou hebben gemaakt. De beweringen van de universiteit hoeven dan ook niet onderzocht te worden en worden klakkeloos voor 'waar' aangenomen en vaak letterlijk overgenomen in het arrest - ondanks het tegenbewijs van collega's en studenten die krak het tegenovergestelde beweren. 

Bovendien verklaarde X nooit bedreigd te zijn of onder druk gezet, is Y   volgens haar medestudenten volstrekt onbetrouwbaar en is Z niet eens een studente. Dit is geen #MeToo-verhaal, wat men er probeert van te maken. 

De beslissing van de universiteit is er finaal dan ook niet gekomen wegens grensoverschrijdend gedrag, maar omwille van - volgens de universiteit - een vertrouwensbreuk met studenten, onderzoekscollega's, leidinggevenden en het publiek. 

De Raad van State spreekt dat tegen. De Raad stelt vast - aan de andere kant - dat er helemaal geen vertrouwensbreuk is met de studenten. Integendeel, de studenten zien het probleem niet en willen Vereeck terug als hoogleraar. En er is ook geen vertrouwensbreuk met de naaste collega's uit de onderzoeksgroep, getuigen die collega's en zelfs de studenten. Dat er een vertrouwensbreuk is met de leidinggevenden en het publiek, tja, dat zal wel. Dat is niet verwonderlijk wanneer de rector op televisie professor Vereeck volledig afbrandt. Die vertrouwensbreuk is er dus gekomen door de rector, niet door Vereeck. De Raad is dan ook van oordeel dat een lichtere straf (voorzover een straf al nodig zou zijn) ook had gekund. Als een lichtere straf ook mogelijk en gepast was geweest, dan is elke zwaardere straf per definitie disproportioneel.

12. De juridische strijd gaat door. Vereeck heeft een verzoekschrift ingediend bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg, waarin hij de schendingen aanklaagt van het recht op een eerlijk proces (EVRM art. 6) en de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer (EVRM art. 8). Dat neemt niet weg dat Vereeck zich oprecht verontschuldigt bij diegenen die hij ooit op de tenen of op het hart heeft getrapt.