Meerwaardebelasting: "Wie zal leven, zal zien"
De meerwaardebelasting is een voorbeeld van goed bedoelde, maar slecht uitgevoerde wetgeving. Groeibedrijven worden afgeremd en beleggers weggejaagd door de discriminatie tussen kleine beleggers en grote aandeelhouders, tussen ondernemers met of zonder aanmerkelijk belang van 20 procent en door de niet-vrijstelling van geherinvesteerde meerwaarden. Deze belasting belast ook transactiekosten en andere taksen (taks-op-taks), reële minwaarden (inflatie) én historische minwaarden (vanaf 1 januari 2031). Wie armer wordt, wordt dus belast alsof hij rijker wordt. De volatiele opbrengsten dienen niet voor schuldafbouw, maar – en dat is onverantwoord beleid - voor de financiering van structurele overheidsuitgaven en de complexiteit leidt tot hoge administratieve lasten voor banken en makelaars. Niet-beursgenoteerde en familiale bedrijven kampen met rechtsonzekerheid over interne meerwaarden. Achterpoortjes zoals private privaks worden niet gesloten. Wie emigreert, wordt bestraft met een exittaks. Deze meerwaardebelasting is een gedrocht, een onontwarbaar kluwen met negen tarieven, talloze uitzonderingen en discriminaties, zonder enige begeleidende maatregel die ondernemerschap of investeringen ondersteunt. Het vormt een bedreiging voor onze welvaart.